Het immigratiebeleid van de VS en de EU: een verge Essay

This essay has a total of 10033 words and 56 pages.

Het immigratiebeleid van de VS en de EU: een vergelijking

FACULTEIT ECONOMISCHE EN
TOEGEPASTE ECONOMISCHE WETENSCHAPPEN
DEPARTEMENT TOEGEPASTE ECONOMISCHE WETENSCHAPPEN





HET IMMIGRATIEBELEID VAN DE EUROPESE UNIE EN DE
VERENIGDE STATEN:
EEN VERGELIJKING
Sofie Verheirstraeten
Verhandeling aangeboden tot
het behalen van de graad van
Licentiate in de Toegepaste
Economische Wetenschappen
Promotor : Prof. Dr. P. De Grauwe




- 2004 -


FACULTEIT ECONOMISCHE EN
TOEGEPASTE ECONOMISCHE WETENSCHAPPEN
DEPARTEMENT TOEGEPASTE ECONOMISCHE WETENSCHAPPEN





KATHOLIEKE
UNIVERSITEIT
LEUVEN

Sofie Verheirstraeten

HET IMMIGRATIEBELEID VAN DE EUROPESE UNIE EN DE
VERENIGDE STATEN:
EEN VERGELIJKING





Korte Inhoud Verhandeling:
Immigratie en de problematiek die hierrond bestaat, is een agendapunt zowel in de EU als
in de Verenigde Staten. In deze verhandeling hebben we de oorsprong van de huidige
immigratiebeleiden van de EU en de VS bekeken. Om de huidige situatie beter te begrijpen,
hebben we de belangrijkste kenmerken in verband met immigratie van beiden beschreven. Het
is op basis van deze kenmerken dat we dan een vergelijking hebben gemaakt. We zijn in deze
vergelijking na gegaan waar de verschillen en de gelijkenissen tussen beide
immigratiebeleiden zich situeren



Promotor : Prof. Dr. P. De Grauwe

- 2004 -

Dankwoord


Eerst en vooral wil ik Prof.Dr.P. De Grauwe bedanken die me de kans gegeven heeft dit
boeiend onderwerp te onderzoeken. Vicky Haubourdin, mijn werkleidster, dient ook bedankt
te worden. Ze las telkens mijn geschreven stukken na, hielp me terug op het juiste pad en
beantwoordde mijn vele vragen. Door steeds feedback te geven over het werk en te wijzen op
fouten en mogelijkheden van uitwerking, vorderde deze verhandeling sneller dan ik ooit
verwacht had.


Een mens is tot veel minder in staat zonder de mensen die hem onvoorwaardelijk steunen.
Bij mij was dit niet anders. Dankzij mijn zus, Els, zijn de spellings- en grammatica
fouten eruit gehaald. Ook had ze een luisterend oor wanneer ik vast zat of de hoop bijna
opgaf. Mijn ouders, bij wie ik terecht kon met vragen over de EU, wil ik ook bedanken.
Mijn vader wil ik in het bijzonder nog eens bedanken om mijn thesis na te lezen en me te
helpen bij het zoeken van informatie omtrent het toekomstige Europese communautaire
immigratiebeleid. Mijn vriend, Vincent, verdient ook een vermelding daar hij er altijd was
om mij te kalmeren en mijn gedachten te verzetten wanneer het nodig was.


Ik denk dat alle laatste jaars ook veel steun bij elkaar vonden. We begrepen elkaar omdat
we met dezelfde vragen en problemen zaten.


Bedankt allemaal,
Sofie Verheirstraeten

Inhoudsopgave

Algemene Inleiding…………………………………………………………………...…1
Deel 1 Immigratie
theorie.................................................................................................5

Hoofdstuk 1 Basisprincipes van immigratie 5
1.1 Algemeen 5
1.2 Waarom immigreren ze ? 7
1.2.1 Push- en Pullfactoren 7
1.2.2 Link tussen de Push- en Pullfactoren 8
1.2.3 Economische determinanten van migratie 9
1.3 Economische gevolgen 10
1.3.1 De Macro-economische visie 10
1.3.2 Effecten op de economie in het land van bestemming 12
1.3.3 Economische effecten op het land van oorsprong 18
Hoofdstuk 2 Het immigratiebeleid 22
2.1 Classificaties van immigratie 22
2.1.1 Arbeidsmigratie 22
2.1.2 Familiehereniging 23
2.1.3 Asielzoekers en vluchtelingen 23
2.2 Beleidsantwoorden 24
2.2.1 Het soort beleid 24
2.2.2 Tijdelijke of definitieve migratie 26
2.3 Principes waarop een beleid moet steunen 26
2.4 Besluit 27
Deel 2 Het immigratiebeleid...........................................................................................29
Hoofdstuk 1 Het Europese immigratiebeleid 30
1.1 De wortels van het Europees immigratiebeleid 31
1.1.1 De jaren zestig 33
1.1.2 De jaren zeventig 34
1.1.3 De jaren tachtig 35
1.1.4 De jaren 90 36
1.1.5 Cijfergegevens 36
1.1.6 Besluit 42
1.2 Kenmerken van de EU15 wat betreft immigratie 43
1.2.1 De Grenzen 44
1.2.2 De lage mobiliteit tussen de verschillende lidstaten 45
1.2.3 De verzorgingsstaat 49
1.2.4 De Nulimmigratie 50
1.3 Het communautair beleid 51
1.3.1 De noodzakelijkheid van een communautair beleid 51
1.3.2 De probleempunten 58
1.3.3 Vorderingen van het communautair immigratiebeleid 64
1.3.4 Besluit 65
1.4 De toetreding en het immigratiebeleid 66
1.4.1 De immigratiestop tot 2011 66
1.4.2 De Schengen-akkoorden 71
1.4.3 Besluit 72
1.5 Besluit 72
Hoofdstuk 2 Het immigratiebeleid van de Verenigde Staten 74
2.1 Geschiedenis 75
2.1.1 De Eerste Grote Immigratie (1880-1924) 76
2.1.2 De tussenperiode (1924-1965) 76
2.1.3 De Tweede Grote Migratie (vanaf 1965) 77
2.1.4 Huidige situatie 79
2.1.5 Cijfergegevens 81
2.1.6 Besluit 83
2.2 Kenmerken 84
2.2.1 Een Immigratieland 84
2.2.2 De grote mobiliteit 85
2.2.3 Het sociale stelsel 86
2.2.4 De concentratie van immigratie 87
2.2.5 De nadruk op familiehereniging 88
2.3 De druk op het hedendaags immigratiebeleid 90
2.3.1 Problemen 91
2.3.2 Herdenken van het immigratiebeleid 97
2.4 Besluit 101
Hoofdstuk 3 Vergelijking van de beleiden 103
3.1 Het verleden 103
3.2 De Kenmerken 105
3.2.1 Verzorgingsstaat 105
3.2.2 Mobiliteit 107
3.2.3 Oorsprong van de vreemdelingen 108
3.2.4 Klasse van toelating 112
3.2.5 Probleem van de illegaliteit 114
3.2.6 Samenstelling van de vaardigheden 116
3.2.7 Concentratie van de immigranten 118
3.2.8 De vergrijzing 118
3.3 De recente ontwikkelingen 119
3.4 Besluit 120
Algemeen Besluit 123
Bijlage 1 : Besluiten genomen in Tampere, mei 2004 128


Algemene Inleiding

In het begin van de 21e eeuw behoort immigratie en de daarbij horende problematiek tot de
belangrijkste economische en politieke problemen. Zo ook in de Europese Unie en in de
Verenigde Staten. Het is onze bedoeling door middel van een theoretische analyse en
cijfergegevens inzicht te krijgen in deze complexe problematiek.


Waarom emigreren en immigreren mensen ? Wat zijn de gevolgen hiervan voor de verschillende
betrokken partijen ? Welke maatregelen zijn bij eerdere problemen in verband met
immigratie gebruikt ? Welke effecten hadden deze beleidsveranderingen ? Op basis van deze
vragen gaan we voor zowel de EU als de VS achterhalen waar de probleempunten zich
situeren. Een belangrijke vraag hierbij is in hoeverre deze twee grootmachten
gelijkenissen dan wel verschillen vertonen op dit vlak. Iedereen weet dat de VS en de EU
immigratie op een verschillende manier benaderen. We zullen onderzoeken in hoeverre deze
veronderstelling opgaat en waarom dit zo is.


Voor men aan een vergelijking kan beginnen, dienen de algemene vragen beantwoord te
worden. Daarom gaan we in het eerste deel de theoretische aspecten van immigratie
bekijken. In een eerste hoofdstuk gaan we de immigratie theorie overlopen. Eerst en vooral
is het belangrijk te achterhalen welke elementen een persoon overhalen te emigreren en te
immigreren. Hoewel elke persoon anders is, zullen er factoren zijn die gelden voor de
meeste migranten. De kennis hiervan is van groot belang bij het uitwerken van een beleid
vermits het inspelen op deze factoren de immigratiestromen kunnen wijzigen.


Vervolgens gaan we de economische effecten van immigratie en emigratie na. Aan de hand van
een theoretisch model gaan we de economische gevolgen proberen achterhalen. Dit model is
een simplificatie van de werklijkheid, daarom gaan we dit aanvullen met geobserveerde
effecten in het verleden. Voor de EU en de VS zijn vooral de effecten van immigratie van
belang, daar ze beiden een positieve netto-migratie hebben. Toch belichten we ook de
effecten op het land van oorsprong omdat er deze dagen meer en meer samengewerkt wordt met
de emigratielanden. Om deze samenwerkingen te verstaan is het daarom nodig om te weten wat
emigratie teweeg brengt of kan brengen.


In het tweede hoofstuk van het eerste deel gaan we dieper in op het ‘immigratiebeleid'
zelf. Eerst en vooral zijn er verschillende classificaties van migranten met elk
specifieke kenmerken. Het is belangrijk hier een beeld van te hebben, daar
beleidsmaatregelen een andere invloed op een andere groep kunnen hebben. Er zijn
verschillende modellen die gevolgd kunnen worden bij het uitbouwen van een
immigratiebeleid. We zullen kort ingaan op elk van deze mogelijkheden. Om dit theoretische
deel af te sluiten gaan we nog kort enkele principes belichten waar een immigratiebeleid
dient rekening mee te houden.


In het tweede deel gaan we eerst de immigratie en het immigratiebeleid van de EU
bespreken. Het lijkt ons nuttig om een beeld te hebben van het verleden om zo de huidige
toestand te begrijpen, daarom gaan we in een eerste deel de geschiedenis van de EU op vlak
van immigratie overlopen. Om nog een beter inzicht te krijgen in hoe de immigratie de EU
beinvloedt en welke effecten de immigratie en de EU op elkaar hebben, gaan we op zoek naar
de specifieke kenmerken van de EU op gebied van migratie. Wat is er zo typerend aan de EU
? We werken elk van deze kenmerken uit al kijkend naar de effecten die ze teweeg brengen
in de immigratie.


Eens we een beeld gevormd hebben van hoe de EU in verband staat met immigratie, gaan we
over naar een volgend deel : het communautaire immigratiebeleid waaraan de EU werkt en dat
tegen eind mei 2004 af zou moeten zijn. We gaan beginnen met de redenen tot het
ontwikkelen van dit gemeenschappelijke beleid aan te duiden. Gezien het ging over 15
landen en nu zelfs over 25 landen die tot een gemeenschappelijk beleid inzake immigratie
moeten komen, zullen er wel probleempunten zijn. Deze gaan we in een volgend deel aanhalen
en bespreken. Als afsluiter van dit onderdeel gaan we de elementen waarover al beslist is
vernoemen.


Zoals we in de vorige paragraaf reeds schreven zijn er onlangs 10 lidstaten toegetreden.
In een vierde deel binnen het hoofdstuk van de EU gaan we dieper in gaan op deze
uitbreiding. Voor de toetreding heerste er een enorme angst voor eventuele
immigratiestromen die door de toetreding van oost naar west zouden ontstaan. We zullen in
dit deel onderzoeken of deze angst gegrond is. Een ander element dat we binnen dit deel
zullen bespreken is de relatie tussen de nieuwe lidstaten en de Schengen-akkoorden. We
gaan na welke effecten het ondertekenen van deze akkoorden kunnen hebben op de nieuwe
lidstaten. In de meeste nieuwe lidstaten is het goederentransport en arbeidsmobiliteit
immers vrijver.


Vervolgens gaan we over naar het tweede grote hoofdstuk binnen het tweede deel, namelijk
het immigratiebeleid van de VS. Net zoals we zullen doen in het hoofdstuk over de EU,
zullen we ook hier beginnen met een overzicht te geven van de geschiedenis. We
veronderstellen dat de geschiedenis van de VS gekenmerkt is door een liberaler beleid daar
het een ‘immigratieland' is. We zullen dit aan de hand van het overizcht van de
geschiedenis en cijfergegevens trachten aan te tonen. Ook hier zullen we een overzicht
geven van de belangrijkste kenmerken van de VS wat betreft immigratie. We vermoeden dat
hier duidelijke verschillen met deze van de EU merkbaar zullen zijn.


Het derde deel van dit hoofdstuk zal handelen over de huidige politieke problemen die rond
immigratie bestaan. Het immigratiebeleid staat onder druk, de kans is daarom groot dat er
in de nabije toekomst veranderingen aangebracht gaan worden. In dit deel onderzoeken we om
welke de problemen het juist gaat en wat de kenmerken hiervan zijn.


De eigenlijke vergelijking komt aan bod in een vierde en laatste hoofdstuk van het tweede
deel. Het lijkt ons nuttig om de vergelijking te beginnen met het naast elkaar leggen van
de geschiedenissen gezien het de verklaring zal zijn van vele verschilpunten tussen
beiden. Het doel van dit hoofstuk is, met de beleiden en kenmerken als achtergrond, te
analyseren aan de hand van cijfergegevens waar de beleiden gelijkenissen vertonen en waar
geheel andere tendenseen gesitueerd kunnen worden. Ondanks het volgen van een ander
beleid, kunnen dezelfde effecten geobserveerd worden. We zullen daarom de oorzaken van
deze verschillen en gelijkenissen proberen achterhalen.


Deze vergelijking zou moeten leiden tot een globaal beeld over de EU en de VS in verband
met immigratie. Het is onze bedoeling de sterktes en zwaktes van beide beleiden bloot te
leggen, net als de redenen waarom deze kenmerken zo positief zijn. Om een oordeel te
kunnen vormen over de discussie die gevoerd wordt, lijkt het ons positief een
gerelativeerd en realistisch beeld te hebben van immigratie en de gevolgen ervan.


Deel 1 : Immigratie theorie

Hoofdstuk 1 Basisprincipes van immigratie

Voor er een vergelijking gemaakt kan worden tussen twee beleiden omtrent immigratie, moet
er eerst aangetoond worden wat dit begrip juist inhoudt.


Een ander belangrijk element dat een grote invloed zal hebben op het beleid, is de reden
van emigratie. Als het zendende land de reden van vertrek uit het thuisland van de
immigranten kent, kunnen de landen van bestemming met hun immigratiebeleid de redenen
proberen wegnemen. Een andere belangrijke factor is de reden van immigratie. De elementen
die hiertoe bijdragen kunnen bepalen, kan bijdragen tot het uitbouwen van een
immigratiebeleid. Daarom is ook aan dit onderwerp een deel gewijd.


Ook gaan de algemene economische gevolgen van immigratie aangetoond worden. De economische
gevolgen kunnen in twee groepen opgedeeld worden: de economische gevolgen voor het
zendende land en deze voor het land van bestemming.


1.1 Algemeen

Immigratie is een heel ruim begrip waarvan verschillende aspecten onderzocht worden. In de
sociologie zal men het aspect ‘integratie' bestuderen, terwijl economen het meestal
vanuit een macro-economische hoek gaan bekijken. We zullen ons in dit werk beperken tot de
macro-economische aspecten van immigratie .


In 1974 al duidde Willis in ‘Problems in migration analysis' op het feit dat het woord
‘immigratie' niet eenduidig bepaald was. Toen was er geen unanimiteit over deze term en
voor men iets begon te schrijven over immigratie, specifieerde men beter eerst wat men er
precies mee bedoelde. Nu, 30 jaar later, is het nog van groter belang om met een
specifiering te beginnen daar het gebruik en de verschillende betekenissen van
‘immigratie' nog zijn toegenomen.


Immigratiecijfers kunnen grote verschillen vertonen van onderzoek tot onderzoek omdat de
onderzoeker een andere maatstaf gebruikt. Als de ene een persoon als immigrant beschouwd
wanneer deze twee jaar in dat land verblijft en werkt en de andere onderzoeken pas na vijf
jaar dan bekomt men logischer wijze cijfers die compleet verschillend zijn. In sommige
onderzoeken worden de illegale immigranten meegeteld, in anderen niet. Zelfs wanneer twee
onderzoeken met dit fenomeen rekening houden, kunnen de cijfers nog verschillen daar het
moeilijk is om een cijfer te plakken op deze vorm van immigratie.


Immigratie is een ruim begrip dat opgedeeld kan worden in verschillende groepen:
gastarbeiders, illegale immigranten, legale immigranten, asielzoekers en vluchtelingen.
Ook hier zijn in de literatuur veel verschillen terug te vinden. Soms wordt een immigrant
omschreven als een persoon die definitief in een nieuw land gaat wonen waar hij een
economisch verschil maakt. Hier worden asielzoekers, vluchtelingen en gastarbeiders dus
niet bij immigratie geteld omdat ze niet aan beide voorwaarden voldoen. Toch is het niet
altijd zo gemakkelijk om een lijn te trekken. Zeker wat betreft ‘invloed op de economie'
kan er moeilijk een groep uitgesloten worden. Asielzoekers zijn een kost voor het land van
ontvangst, illegalen werken meestal toch zodat ze een invloed, vaak een heel positieve,
hebben op de economie. Gastarbeiders vangen aanbodschokken op de arbeidsmarkt op, dus ook
zij hebben wel degelijk een invloed op de economie.


In deze verhandeling veronderstellen we dat immigratie alle mensen omvat die om
economische redenen geemigreerd zijn. De andere vormen van migratie laten we in dit werk
buiten beschouwing. Ook moeten ze een economische bijdrage leveren aan het land van
bestemming.


1.2 Waarom immigreren ze ?
1.2.1 Push- en Pullfactoren

De redenen van vertrek uit het thuisland, kunnen in twee groepen opgedeeld worden: de
aantrekkingsfactoren en de afstotingsfactoren (Dorigo & Tobler, 1983). Deze termen worden
vooral door sociologen gebruikt om de immigratie te analyseren, maar het model leek ons
nuttig voor de analyse in dit werk. De aantrekkingsfactoren (Pullfactoren) bevinden zich
in het land van bestemming, een voorbeeld hiervan is het tekort aan arbeidskrachten. De
afstotingsfactoren (Pushfactoren) zijn de redenen die zich in het thuisland bevinden zoals
bijvoorbeeld een oorlog.


1.2.1.1 Economische winst

"Ontevredenheid met de huidige omgeving is de oorsprong van migratie", schrijft Willis op
de eerste pagina van zijn boek (Problems in Migration Analysis, 1974). Er moet een
essentieel verschil van kansen tot geluk en succes bestaan tussen zendend en ontvangend
land om te vertrekken. Vooral kansen met betrekking tot het inkomen doen mensen
immigreren. Toch zijn het ook factoren met betrekking tot fysische elementen en de sociale
omgeving die mensen kunnen overtuigen. Met emigratie proberen deze mensen hun individueel
nut te maximaliseren. Om het nut te maximaliseren moet de immigrant dus ook rekening
houden met andere factoren dan enkel een hoger inkomen. Het verschil in loon moet eerst en
vooral groot genoeg zijn om de verplaatsingskosten te dekken. Ook wordt er naar het reeel
loon gekeken, een hoger loon kan immers duiden op een duurder leven. Dit is dus een
Pullfactor die in het kort omschreven kan worden als ‘economische winst'.


1.2.1.2 Netwerk

Een andere aantrekkingsfactor is een netwerk van vrienden en familie in een bepaald land.
Deze aantrekkingsfactor valt niet te verwaarlozen. De stap zal sneller gezet worden als
men weet dat er mensen zijn om op terug te vallen in het land van bestemming. Ook het feit
dat mensen hen voor gegaan zijn en er welvarender van geworden zijn, zal een positief
effect op het aantal immigranten hebben. De netwerken hebben nog een belangrijke andere
functie voor een migrant. Ze dienen samen met de media als informatiebron. De beslissing
om te migreren hangt vooral af van de informatie die de migrant heeft over de eventuele
plaats van bestemming.


1.2.1.3 Falende staat

Een voorbeeld van een afstotingsfactor is een falende staat. Als de regering in een land
helemaal in elkaar valt of corrupt is, zal dit een reden zijn die velen ertoe aanzet het
land te verlaten. Hier gaat het dus meer over de omgeving: politiek, sociaal, zelfs
ecologisch.


1.2.2 Link tussen de Push- en Pullfactoren

De link tussen deze Push- en Pullfactoren is de factor ‘afstand'. Hoe groter de
‘afstand' wordt, des te kleiner de kans op migratie. Met andere woorden, een migrant zal
niet snel migreren naar een moeilijk te bereiken gebied, waar de migrant geen bekenden
heeft of waar een heel andere cultuur heerst. Deze ‘afstand' wordt dus kleiner als er
meer of belangrijkere aantrekkingsfactoren meespelen en groter als de Pullfactoren heel
erg zwak zijn. Factoren die de afstand doen toenemen zijn bijvoorbeeld geen bekenden, een
andere taal, geheel andere cultuur


Ook is het belangrijk het verschil te zien tussen een migratiestroom en individuele
migranten. Als men te maken heeft met een falende staat is de kans reeel dat er velen het
land uit zullen trekken. De oorzaken van grote stromen zijn eenvoudiger na te gaan en,
theoretisch gezien, kan deze immigratie verholpen worden door deze oorzaken aan te pakken.
Al blijft dit enorm moeilijk. De oorzaken van individuele immigratie zijn veel moeilijker
na te gaan en als gevolg is het veel lastiger om deze stromen te voorkomen. In het
opstellen van een immigratiebeleid zal men met deze opdeling rekening moeten houden.


De meeste landen, zeker wat betreft West-Europa, weren immigratie. Een betere oplossing om
de mensen die willen emigreren buiten te houden, is hen een reden geven om in hun land te
blijven. Als men de ontwikkelingslanden zou helpen zich verder te ontwikkelen en de
economie daar uit te bouwen, zou het aantal migranten merkelijk dalen (Horst, 1993). Zelfs
geloofwaardige vooruitzichten op een bloeiende economie houden mensen in hun land, daar
vele mensen toch enige trots voor hun land hebben. Ook de scheiding met familie en hun
verantwoordelijkheidsgevoel voor hun land kunnen hen tegenhouden om de stap te zetten.
Toch moet er opgemerkt worden dat de emigratie na een opbloei van de economie in het land
van oorsprong, eerst zal stijgen. Door de opbloei van de economie verbetert de financiele
toestand van de burgers waardoor velen de middelen krijgen om te vertrekken. Eens
opgemerkt wordt dat de condities permanent verbeteren, blijven de mensen in hun land en
keren velen terug.


Faini en Venturini (1994) hebben een model ontwikkeld op basis van de belangrijkste Push-
en Pullfactoren. Ze gingen op zoek naar het ‘migration turning point', of met andere
woorden, die bepaalde samenstelling van de gekozen factoren waarbij de immigratie begint
te dalen. Uit hun model blijkt dat het percentage van de bevolking dat vertrekt op een
negatieve wijze afhankelijk is van het loon in het thuisland. Een positieve relatie
bestaat tussen het percentage van de mensen die vertrekken en het loon en de
tewerkstelling in het ontvangende land.


1.2.3 Economische determinanten van migratie

De Push- en Pullfactoren kunnen ook op een andere manier onderverdeeld worden, zo gebruikt
Berlage (2003) een aantal economische determinanten. Het zijn deze factoren die volgens
hem de immigratie bepalen. De determinanten zijn heel gelijkend met de bovenvermelde
factoren.


Eerst en vooral moet er een inkomenskloof zijn die voldoende groot is om de stap te wagen.
Vervolgens mogen de kosten van immigratie zelf niet te hoog zijn. De hoogte van deze
kosten wordt ook bepaald door de afstand. Een derde factor die Berlage aanhaalt is de
informatie over het land van bestemming waarover de potentiele immigranten beschikken. Dit
is te vergelijken met het bovenvermelde netwerk van familie en kennissen.


Aan deze drie determinanten wordt nog een vierde demografische factor aan toegevoegd. Het
zijn vooral jonge mannen en in mindere mate jonge vrouwen die vertrekken. Eens mensen
ouder worden hebben ze te veel belangen in hun land waardoor de kans op emigratie
verkleint. Met andere woorden, internationale migratie wordt volgens Berlage (2003) ook in
de hand gewerkt door de aanwezigheid van grote groepen jonge mensen.


1.3 Economische gevolgen

Immigratie heeft enorme effecten op de wereldeconomie. Het is onmogelijk om alle
verschillende effecten in detail te gaan bespreken. Toch lijkt het ons van belang om een
kort overzicht te geven van enkele gevolgen van immigratie en emigratie.


Dit grote onderwerp, waar we niet al te diep op zullen ingaan, wordt opgedeeld in drie
delen. Eerst wordt er een korte schets gegeven van de gevolgen op macro-economisch gebeid.
In een tweede deel wordt de invloed van immigratie op het land van bestemming bekeken en
in het laatste deel worden de effecten van immigratie op het thuisland besproken.


1.3.1 De Macro-economische visie

De economische functie van immigratie is de arbeidskrachten geografisch herverdelen in
overeenstemming met de vraag voor verschillende types van arbeid.

(Willis, 1974, p 11).

In een perfecte wereld zou immigratie niet belemmerd worden, zodat mensen zouden kunnen
gaan naar de plaats waar ze hun talent het beste kunnen benutten. De belemmeringen van
immigratie neerhalen, is een van de snelste manieren om de economie een enorme boost te
geven . Vaak is het zo dat inwoners zelf een bepaalde job niet meer willen of kunnen
uitvoeren. Doordat de vacatures niet opgevuld geraken, gaan de lonen de lucht in. Bij
vrije mobiliteit zullen wel de nodige mensen gevonden worden en de lonen zullen veel
minder stijgen. Dit komt de hele economie ten goede.


Een van de grote stimuli van immigratie is het verschil in vruchtbaarheid tussen
verschillende landen (Willis, 1974). Als er een verschil in vruchtbaarheid bestaat tussen
landen en er is geen immigratie, dan krijgen we een verstoring in de verdeling van de
werkkrachten. Zoals hierboven reeds vermeld zal er dan een kloof ontstaan tussen de lonen
voor identieke arbeidsplaatsen in verschillende landen. Aangezien mensen steeds hun nut
trachten te maximaliseren, zullen er immigratiestromen ontstaan. Het is de wet van Vraag
en Aanbod die in werking treedt. Een hoger loon is immers een bewijs van een aanbod dat
kleiner is dan de vraag naar een bepaald goed, in dit geval werknemers. Zolang deze wet
niet in evenwicht is, zal er immigratie bestaan.


Telkens wanneer de technologie evolueert en de economie verbetert, stijgt ook de nood aan
arbeidsmobiliteit (Willis, 1974). Sommige mensen worden plots overbodig en andere talenten
worden uiterst bruikbaar. Er vindt een herallocatie van de productiefactoren plaats.
Logischerwijze zou ook een arbeidsherallocatie moeten plaatsvinden, dit tot de waarde van
de marginale productie overal gelijk is. Als dit niet mogelijk is krijgen we een
misallocatie omdat de starheid van deze factor ingaat tegen de wet van Vraag en Aanbod.
Hoe groter de onbeweeglijkheid, hoe groter het verschil in groei, inkomen en
werkgelegenheid in verschillende landen (Willis, 1974). Zo duidt een constant verschil in
groei tussen twee landen op de immobiliteit van tenminste een van de productiefactoren.


Als er vrije immigratie is, zullen er immigratiestromen zijn die geleidelijk een evenwicht
creeren wat betreft vraag en aanbod op de arbeidsmarkt tussen verschillende landen. Men
kan over een evenwicht spreken als de marginale arbeidsproductiviteit in de verschillende
landen gelijk is, met andere woorden als de lonen voor dezelfde arbeidsplaats gelijk zijn.


Vrije mobiliteit is de snelste manier om de globale economische groei te stimuleren maar
deze gaat gepaard met een enorme politieke kost . Hier wordt de theoretische visie
genuanceerd. Er zijn immers niet alleen voordelen verbonden aan het openstellen van de
grenzen. De staat probeert de welvaart van de burgers te maximaliseren. De welvaart die
gemaximaliseerd wordt als de grenzen open gezet worden, is de welvaart van de wereld
(Willis, 1974). De welvaart van de ‘rijke' staten zou dus achteruit gaan wanneer de
grenzen opengezet worden voor immigratie. Elke staat zal door middel van hun
immigratiebeleid trachten de wet van Vraag en Aanbod tegen te werken om de welvaart van
haar burgers te maximaliseren. De burgers zullen zich dus bedreigd voelen van zodra de
grenzen open gaan, zeker wat betreft werkzekerheid. Zo komen we tot het volgende onderdeel
van economische effecten, deze op het land van bestemming.


1.3.2 Effecten op de economie in het land van bestemming

1.3.2.1 Theoretisch model

Zoals we gezegd hebben zal het compleet openstellen van de landsgrenzen niet tot
welvaartsmaximalisatie leiden voor een specifiek land. Toch zal immigratie een positief
effect hebben op de economie van dat land. We zullen aan de hand van een simpel model de
implicaties van immigratie op het gastland proberen weergeven. Achteraf zullen we meer
realisme toevoegen.


Een veronderstelling waarvan we in dit model uitgaan is dat de immigrant zonder familie of
kapitaal het gastland binnenkomt. Ook gaan we ervan uit dat het arbeidsaanbod inelastisch
is. We gebruiken een productiefunctie gebaseerd op twee factoren namelijk kapitaal (K) en
arbeid (L). Onderstaande figuur wordt veelvuldig gebruikt om aan te tonen hoe bevorderlijk
immigratie is voor de autochtone bevolking.


We zien een dalende vraag naar arbeid (A) en een inellastische aanbodscurve (S). De
inellasticiteit van het aanbod geeft de ongevoeligheid tegenover loonsveranderingen weer.
Het evenwichtsloon dat met dit marktevenwicht overeenstemt is w0. Het loon komt overeen
met de marginale productiviteit van arbeid. Doordat de immigratie stijgt, verschuift de
aanbodscurve naar rechts (S') waardoor het evenwichtsloon daalt tot w1.


We zien dat het natinaal inkomen stijgt. Op tijdstip 0 was het nationaal inkomen (Y1)
ABN0. Op tijdstip 1 is dit gegroeid tot ACL0. Het deel (w1M) gaat naar de immigranten
zelf. De immigratiewinst voor de autochtone bevolking dankzij de immigratie is met andere
woorden de driehoek BCD.


Figuur 1: De welvaartswinst verbonden aan immigratie

Bron: Van Dalen, 2001

Een negatief gevolg van immigratie is dat achter deze welvaartswinst een
inkomensherverdeling schuilt. De abreiders verliezen door hun lagere loon en de
kapitaalbezitters winnen door de lagere lonen die ze moeten uitbetalen.


Dit model is niet realistisch: er is immers meer dan een soort arbeid. Ook worden de
uitstralingseffecten die de immigrant op de economie heeft verwaarloosd. Die externe
effecten kunnen betrekking hebben op het beinvloeden van normen en waarden, maar ook op de
sociale gevolgen van gezinsvorming en -hereniging (Van Dalen, 2001). Een laatste
tekortkoming is dat het model de gevolgen van immigratie beperkt tot de economische
gevolgen terwijl, zeker voor de landen met een uitgewerkt sociale zekerheirssysteem, ook
de fiscale gevolgen van groot belang zijn.


1.3.2.2 Heterogeniteit van arbeid

Het ligt voor de hand dat mensen en dus ook arbeidskrachten verschillen al naargelang
scholing en ervaring. Dit onderscheid is van belang omdat niet alle arbeidsvormen even
gemakkelijk te vervangen zijn. Het ligt voor de hand dat een land een positieve invloed
ondervindt van immigratie wanneer het migranten aantrekt waar het ook behoefte aan heeft
(Van Dalen, 2001).


Economische theorie houdt in dat immigratie in het algemeen het natuurlijk inkomen van de
burgers van het gastland zal doen stijgen en deze winsten in natuurlijk inkomen zijn
groter naarmate het verschil in productieve talenten tussen immigranten en burgers groter
is (Borjas, 1995).


Zo kunnen we over complementaire en supplementaire vaardigheden spreken. De migranten
beschikken over supplementaire vaardigheden wanneer hun talenten dezelfde zijn als deze
van de burgers van het gastland. Langs de andere kant beschikken immigranten over
complementaire vaardigheden wanneer deze vaardigheden de vaardigheden van de burgers van
het ontvangende land aanvullen. Op deze manier raken meer vacatures opgevuld. Hierdoor
moet het loon niet zo fel stijgen wat positief is voor de bedrijven en dus ook voor de
economie. Ook sociaal gezien is dit gunstiger dan supplementaire arbeid, daar de
werkkrachten van de thuismarkt de immigranten niet als concurrenten beschouwen. Strikt
genomen zijn het enkel de werknemers waaraan de immigranten complementair zijn, die een
relatieve welvaartverbetering ondergaan vergeleken met de arbeidskrachten waarvan de
immigranten substituten zijn. Het complementair of supplementair zijn van de
arbeidskrachten bepaalt de winsten die door immigratie gerealiseerd kunnen worden.


Het vervolg van dit onderdeel gaan we opsplitsten in de substitueerbare werkkrachten en de complementaire werkkrachten.
1.3.2.2.1 Substitueerbare werkkrachten
Wanneer de immigranten beschikken over vaardigheden die ook op de eigen arbeidsmarkt te
vinden zijn, spreekt men over substitueerbare arbeidskrachten. Dit heeft een negatief
effect op de onderhandelingspositie en de werkgelegenheid van de autochtone bevolking die
Continues for 28 more pages >>